Wil je een deel van je gezinswoning ombouwen tot kantoor, praktijk of salon, en overweeg je om die werken te financieren met middelen uit je vennootschap? Dat kan op het eerste gezicht fiscaal interessant lijken, zeker als er veel cash beschikbaar is. Maar let op: zo’n investering vraagt een correcte juridische en fiscale omkadering.
31 januari 2026

Laat je de verbouwing door je vennootschap financieren, dan zijn er mogelijk voordelen:
Maar: juridisch moet alles kloppen
Je vennootschap kan niet zomaar werken laten uitvoeren aan jouw woning. Dat kan alleen als ze daar een recht op heeft, bijvoorbeeld via:
Zorg ervoor dat die afspraken duidelijk op papier staan. In de overeenkomst moet exact vermeld zijn welke ruimtes en welke werken door de vennootschap mogen worden gefinancierd.
Je vennootschap mag beroepsmatige kosten dragen, zoals de inrichting van een praktijk- of kantoorruimte. Maar ze kan geen privéwerken mee financieren. Laat je bijvoorbeeld de garage verbouwen tot praktijkruimte, dan kan dat. Laat je tegelijk ramen of andere delen van de woning aanpakken, dan moet dat privé worden betaald.
Laat je vennootschap bouwen via een opstalrecht, dan wordt zij tijdelijk eigenaar van de constructie. Wanneer het opstalrecht eindigt, wordt jij als grondeigenaar opnieuw eigenaar.
Gebeurt dat zonder vergoeding, dan kan de fiscus dit beschouwen als een belastbaar voordeel van alle aard. Daarom wordt vandaag meestal gewerkt met een vergoedingsregeling op het einde van het opstalrecht.
Overweeg je om bij de aankoop van je gezinswoning een deel door je vennootschap te laten betalen? Dat kan fiscaal aantrekkelijk lijken, maar bij de latere overdracht naar privé kunnen meerwaardebelasting en registratierechten het voordeel grotendeels tenietdoen. Bovendien kan dit ook een impact hebben op je successieplanning.
BRON: DE TIJD